Herken eenvoudig 10 inheemse boomsoorten
Veel mensen zijn gefascineerd door al wat leeft rondom ons, bomen zijn daarop geen uitzondering. Bomen vormen als het ware onze longen, zuiveren lucht, bieden verkoeling in hete zomers en huisvesten ontelbare andere organismen. Velen kennen het gevoel van een heerlijke ochtendwandeling in het bos, de kleurenpracht in herfst en het boeiende (vaak verborgen) leven van andere levensvormen als insecten en schimmels. Maar hoe herken je nu welke soort er langs het wandelpad staat, of welke ranke grijze stammen als het ware een kathedraal in het bos vormen? In ons ‘Bomenboek’ nemen we je mee op een reis doorheen de magische wereld van deze oeroude levensvorm, hoe je ze kan herkennen en welke verhalen ze ons vertellen. In dit artikel geven we je graag een inkijk in hoe je eenvoudig en snel tien inheemse soorten van België en Nederland leert herkennen op je volgende wandeling door het bos. Je zal zien, het is eenvoudiger dan je denkt! Bij elke boom geven we een korte beschrijving, enkele bijzonderheden en vooral: wat de soort typeert. Je krijgt ook foto’s te zien van de bladeren, vruchten en knoppen in de winter.
ZOMEREIK (Quercus robur)
De zomereik is één van de meest karakteristieke bomen van Vlaanderen en komt al duizenden jaren in onze streken voor, sinds na de laatste ijstijd. Je vindt hem in loofbossen, houtkanten, parklandschappen en historische dreven; veel oude eiken markeerden vroeger perceelsgrenzen. Hij behoort tot de beukenfamilie (Fagaceae) en is een sleutelsoort voor biodiversiteit: honderden insectensoorten leven van eiken. Zijn zware, brede kroon en dikke takken maken hem een echte landschapsboom. In folklore stond de eik symbool voor kracht en rechtvaardigheid; onder eiken werden vroeger rechtspraak en dorpsvergaderingen gehouden.
Herkenning
Zeer grote, brede boom (tot 40 m)
Diep gegroefde, donkere schors
Bladeren met afgeronde lobben en korte steel
Eikels op lange steeltjes
Zeer zware, knoestige takken
BEUK (Fagus sylvatica)
De beuk verscheen in onze streken enkele duizenden jaren geleden en werd sindsdien dominant in veel Vlaamse bossen op vruchtbare bodem. Hij behoort eveneens tot de beukenfamilie (Fagaceae) en vormt vaak schaduwrijke kathedralen van bomen waar weinig ondergroei groeit. Je vindt hem vooral in oude bossen, maar ook veel in lanen en parken aangeplant. Door zijn dichte bladerdak beïnvloedt hij sterk het microklimaat in het bos. Een leuk weetje: in de middeleeuwen werden op beukenhouten plankjes runen en teksten gekrast, ons woord “boek” zou daarvan afgeleid zijn.
Herkenning
Rechte stam met gladde grijze schors
Ovale bladeren met zachte randhaartjes
Vormt zeer dicht bladerdak
Kleine driehoekige beukennootjes
Vaak massaal in uniforme bossen
RUWE BERK (Betula pendula)
De ruwe berk is een echte pionierssoort die snel opduikt op arme grond, verlaten terreinen en heidegebieden. Ze was één van de eerste bomen die Vlaanderen na de ijstijd herkoloniseerde. De soort behoort tot de berkenfamilie (Betulaceae) en groeit snel maar wordt niet extreem oud. In volksgeloof werd berk gezien als een symbool van nieuw begin en zuiverheid. In Scandinavië werd berkenhout vaak gebruikt voor rituele reinigingsbundels.
Herkenning
Witte stam met zwarte barstjes
Slanke boom met lichte kroon
Hangende twijgen
Driehoekige, scherp gezaagde bladeren
Groeit vaak in open terrein
WILDE KERS (Prunus avium)
De wilde kers is inheems en groeit in bosranden, lichte bossen en houtkanten. Ze behoort tot de rozenfamilie (Rosaceae). Haar hout is zeer geliefd in meubelmakerij door de warme kleur. In het voorjaar is ze opvallend door haar uitbundige witte bloesems die veel insecten aantrekken. In volksverhalen stond de kersenbloesem symbool voor vergankelijkheid en lente.
Herkenning
Stam met horizontale strepen
Witte bloesems vroeg in voorjaar
Ovale bladeren met spitse top
Kleine rode kersen
Rechte stam met open kroon
GROVE DEN (Pinus sylvestris)
De grove den is een van de weinige inheemse naaldbomen van Vlaanderen en groeide hier al na de ijstijd op zandgronden. Hij behoort tot de dennenfamilie (Pinaceae). Veel dennenbossen in Vlaanderen zijn later ook aangeplant voor houtproductie. De boom kan extreme omstandigheden verdragen zoals droogte en arme bodem. In volksverhalen werd de den gezien als een boom van volharding en overleving.
Herkenning
Oranje schors bovenaan stam
Naalden per twee
Open, grillige kroon
Kegels (‘dennenappels’) klein en ovaal
Typisch voor zandige bodems
TAXUS (Taxus baccata)
De taxus is een inheemse naaldboom die van nature voorkomt in oude loofbossen op kalkrijke bodems, maar in Vlaanderen zie je hem vooral aangeplant in tuinen, parken en kerkhoven. Hij behoort tot de taxusfamilie (Taxaceae) en staat bekend als één van de langstlevende bomen van Europa. In de middeleeuwen werd taxushout gebruikt voor bogen, omdat het tegelijk sterk en elastisch is. Opvallend is dat bijna de hele boom giftig is, behalve het rode vruchtvlees rond het zaad. In folklore werd taxus vaak geassocieerd met dood en eeuwigheid, wat zijn aanwezigheid op kerkhoven verklaart.
Herkenning
Donkergroene, zachte naalden
Rode besachtige vruchten (geen echte bessen)
Schors roodbruin en schilferig
Zeer schaduwtolerant
Kan extreem oud worden
HAZELAAR (Corylus avellana)
De hazelaar is een inheemse soort die al sinds de prehistorie in onze streken voorkomt en een belangrijke voedselbron was voor vroege bewoners. Hij behoort tot de berkenfamilie (Betulaceae). Je vindt hem vooral in bosranden, houtkanten en hagen, waar hij vaak meerstammig groeit. In februari vallen zijn lange gele katjes al op, lang voordat andere bomen bloeien. In volksgeloof werd hazelaar geassocieerd met wijsheid en magie; wichelroedelopers gebruikten hazeltakken om water te zoeken.
Herkenning
Vaak struikvormig met meerdere stammen
Ronde, zacht behaarde bladeren
Lange gele katjes in late winter
Eetbare hazelnoten in omhulsel
Gladde grijsbruine bast met fijne horizontale streepjes
ZOMERLINDE (Tilia platyphyllos)
De zomerlinde is een inheemse lindesoort die vroeger wijdverspreid was in natuurlijke bossen, maar tegenwoordig vaker in lanen, parken en dorpscentra voorkomt. Ze behoort tot de lindefamilie (Malvaceae). In vergelijking met de winterlinde heeft ze grotere bladeren en bloeit ze iets vroeger. Lindes waren traditionele dorpsbomen waar mensen samenkwamen voor feesten, rechtspraak of markten. Een bijzonder weetje: lindebloesemthee wordt al eeuwen gebruikt als rustgevend huismiddel tegen verkoudheid.
Herkenning
Grote hartvormige bladeren met behaarde onderkant
Geurende bloemen in vroege zomer
Vruchten aan lang schutblad
Brede kroon
Vaak oude lanenboom
GEWONE VLIER (Sambucus nigra)
De gewone vlier is een inheemse grote struik of kleine boom die je overal vindt: in tuinen, bosranden, braakland en langs wegen. Hij behoort tot de muskuskruidfamilie (Adoxaceae). Vlier groeit snel en profiteert van voedselrijke bodems, waardoor hij vaak nabij menselijke bewoning voorkomt. De bloemen worden gebruikt voor siroop en thee, terwijl de bessen geschikt zijn voor confituur en sap (na verhitting). In volksgeloof woonde er een beschermgeest in de vlier; men plantte hem bij huizen om onheil buiten te houden.
Herkenning
Grote schermen met witte bloemen in juni
Donkerpaarse bessen in nazomer
Samengestelde bladeren
Holle takken met zacht merg
Vaak struikvormig en snelgroeiend
TAMME KASTANJE (Castanea sativa)
De tamme kastanje is vermoedelijk al sinds de Romeinse tijd in onze streken aanwezig en wordt daarom vaak als ingeburgerd beschouwd. Hij behoort tot de beukenfamilie (Fagaceae). Je vindt hem in bossen, oude landgoederen en parken, vaak op warmere zand- of leembodems. Zijn eetbare kastanjes waren vroeger een belangrijk voedsel voor mens en dier. In Zuid-Europa werd hij zelfs “broodboom” genoemd omdat kastanjemeel een basisvoedsel was.
Herkenning
Grote boom met brede kroon
Lange, lancetvormige, scherp gezaagde bladeren
Stekelige bolster met eetbare kastanjes
Schors met gedraaide, spiraalachtige groeven
Kan zeer oud en dik worden
Helemaal geprikkeld door deze bomenpracht?
OF