Deze 7 wandelingen tonen de meest bijzondere bomen van Vlaanderen

Sommige bomen zijn meer dan een groene achtergrond. Ze zijn bakens in het landschap: eeuwenoud of net pril, solitaire wachters of dragende structuren die een streek leesbaar maken. Ze verbinden natuur met geschiedenis, en mens met omgeving. 

Vanuit die gedachte selecteerden we, naar aanleiding van Het Bomenboek van Ben Brumagne, zeven wandelingen verspreid over Vlaanderen. Elke wandeling vertrekt vanuit een ander landschap en laat zien welke rol bomen daar spelen: als schaduw en beschutting, als grens of windbreker, als bescherming tegen water, of als stille getuigen van de tijd.

De routes voeren langs markante bomen, historische dreven, oude bossen en iconische plekken, telkens ingebed in een rijk natuur- of cultuurlandschap. Het zijn plekken waar ecologische waarde, erfgoed en beleving samenkomen, en die uitnodigen tot vertraging en aandacht.

Bij elke locatie hoort een toegankelijke luswandeling van 4 tot 12 kilometer, met een duidelijke startplaats en een bijhorend gpx-bestand. De wandelingen zijn ontworpen voor een breed publiek en sluiten aan bij principes van traag, duurzaam en lokaal toerisme: beleefbaar, verdiepend en respectvol voor natuur en omgeving.

Deze verzameling nodigt uit om het landschap niet louter te doorkruisen, maar werkelijk te ervaren - met bomen als gids door natuur, erfgoed en verhaal.

De zeven landschappen waarin we je meenemen in zijn: 

  • Vlaamse Ardennen

  • Schelde-Durme

  • Brabantse Kouters

  • Kempen en Maasland

  • Haspengouw & Voeren

  • Houtland & Polders

  • Westhoek


Verdwalen in het Kluisbos (Vlaamse Ardennen)

In een beukenbos vind je typisch een vrije bodem terug.

Een wandeling in het Kluisbos is een stap door lagen van tijd, natuur en stilte. Dit uitgestrekte bosgebied op de flanken van de Kluisberg, aan de rand van de Vlaamse Ardennen, vormt een mozaïek van oud loofbos, bronzones en holle wegen. Het reliëf, ontstaan door eeuwenlange erosie, zorgt voor een grote variatie aan microklimaten, en precies dat maakt het Kluisbos ecologisch zo rijk.

Van nature vinden we hier een bos dat wordt gedomineerd door beuk, zomereik en haagbeuk, afgewisseld met es, linde en esdoorn op de rijkere bodems. Op drogere hellingen staan robuuste eiken, terwijl in de vochtige valleien bronbossoorten floreren. De boomlaag vertelt het verhaal van bodem, water en menselijk gebruik: sommige percelen dragen nog het karakter van oud hakhoutbeheer, andere zijn later aangeplant of spontaan verjongd.

Het Kluisbos kent ook een lange menselijke geschiedenis. Eeuwenlang werd het bos gebruikt voor houtproductie, begrazing en als schuilplaats. De naam verwijst vermoedelijk naar kluizenaars die zich hier in de middeleeuwen afzonderden. Sporen van dat verleden zijn nog zichtbaar in oude bosstructuren, grenswallen en paden die generaties lang werden bewandeld.

kluisbos

De wandeling: 6 km door het Kluisbos

Boshyacinten in het voorjaar, een trekpleister voor vele natuurliefhebbers en fotografen.

Kenmerkend voor deze streek waren origineel linde en es. Heraanplantingen na de wereldoorlog zorgden er echter voor dat de beuk (Fagus sylvatica) de huidige dominante boom is hier. Ook elders in Vlaanderen is de beuk een van de meest beeldbepalende bomen van onze loofbossen. Met zijn gladde, grijze schors en dichte bladerdak bepaalt hij sterk hoe een bos aanvoelt. Onder een volwassen beuk is het vaak stil, koel en schemerig. Dat komt doordat de boom weinig licht doorlaat en zo een gesloten bos vormt, waarin maar weinig planten kunnen groeien. De beuk groeit traag, maar kan zeer oud worden en zorgt voor stabiliteit en rust in het bosbeeld.

Beuken groeien het liefst op voedselrijke, goed doorlatende bodems en voelen zich thuis op hellingen en plateaus. Door hun dichte kroon creëren ze een koel en vochtig microklimaat, wat zorgt voor weinig ondergroei maar wel voor een stabiel bos. Beukenbossen worden vaak gezien als een natuurlijk eindstadium van het loofbos, waarin verstoring beperkt is en processen traag verlopen.


Langs de stille waters van Schelde en Durme

Een wandeling in het Regionaal Landschap Schelde-Durme is een tocht door water, openheid en traagheid. Dit uitgestrekte rivierlandschap, gevormd door de meanders van Schelde en Durme, bestaat uit een fijnmazig netwerk van slikken en schorren, natte graslanden, oude dijken, broekbossen en wilgenrijen. Het landschap ademt ruimte en rust, maar is tegelijk voortdurend in beweging onder invloed van getijden, overstromingen en seizoenen.

Van nature vinden we hier een landschap dat sterk wordt gestuurd door water. Op de natste plekken groeien elzen- en wilgenbossen, terwijl iets hoger gelegen gronden plaats bieden aan zomereik, es en populier. Langs grachten en kreken domineren knotwilgen het beeld, als stille wachters van het cultuurlandschap. De boomlaag vertelt hier vooral het verhaal van waterbeheer en menselijk ingrijpen: van griendcultuur en hooilanden tot gecontroleerde overstromingsgebieden en natuurontwikkeling.

Het landschap hier kent een lange geschiedenis van samenleven met water. Eeuwenlang probeerde de mens het water te bedwingen met dijken, sluizen en polders, terwijl hij tegelijk gebruikmaakte van wat het landschap bood: hout, riet, vis en vruchtbare gronden. Vandaag zijn veel van deze gebieden opnieuw opengezet voor de rivier, waardoor natuur en dynamiek terugkeren. Oude dijken en jaagpaden herinneren aan het verleden en vormen nu een perfecte uitvalsbasis voor wandelroutes.

De wandeling: langs de oude Scheldemeander van Overmere-Donk (12 km)

  • Start- en eindpunt: parking bij Kasteel van Berlare

  • Openbaar vervoer: bushalte Berlare kerk

  • Variatie in soms drassige paden, goede waterdichte wandelschoenen of laarzen aanbevolen

  • Knooppunten: 23 - 22 - 15 - 7 - 1 - 2 - 9 - 8 - 13 - 12 - 29 - 28 - 14 - 24 - 23

  • Link naar GPX bestand

  • Horeca onderweg: Provinciaal domein Nieuwdonk, centrum Berlare

De lindeboom is een soort met een zeer oude oorsprong. Fossiel stuifmeel wijst erop dat lindebomen al minstens 5.000 jaar geleden overvloedig aanwezig waren in de oerwouden van het Noordwest-Europese laagland, wat hun belangrijke rol in het prehistorische landschap onderstreept. Hoewel het geslacht Tilia al veel langer bestaat, is de verspreiding van de huidige Europese lindesoorten na de laatste ijstijd verder toegenomen. De zomerlinde (Tilia platyphyllos), onderdeel van de familie Malvaceae, ook wel de kaasjeskruidfamilie genoemd, is een bekende plant die al eeuwenlang onze landschappen siert. In het landschap Schelde-Durme tref je ook de winterlinde aan (Tilia cordata).

Deze indrukwekkende, bladverliezende boom kan wel 40 meter hoog worden. Linde onderscheidt zich door zijn grote, hartvormige bladeren, die tussen de zes en vijftien centimeter lang zijn, en door haar geurende, gele tot witachtige bloemen die in trossen in juni aan de bomen hangen. Na de bloei rijpen kleine, bolvormige noten als vruchten. De zomerlinde gedijt het beste op vochtige, goed doorlatende bodems en groeit graag in koele klimaten, vooral op kalkrijke, voedzame kleigronden. 


Verken de oude landschappen van de Brabantse Kouters

Een wandeling in de Brabantse Kouters is een tocht door openheid, ritme en horizon. Dit uitgestrekte landschap ten noorden en westen van Brussel wordt gekenmerkt door golvende akkers, brede vergezichten en lange, rechte veldwegen die het land in vlakken verdelen. Het reliëf is zacht maar aanwezig, gevormd door eeuwen van landbouwgebruik op vruchtbare leemgronden, en zorgt voor een landschap dat tegelijk ordelijk en levendig aanvoelt.

Van nature vinden we hier een landschap waarin bos schaars is en bomen vooral verschijnen als lijnen en accenten. Zomereik, es en populier markeren perceelsranden, dijken en oude wegen, terwijl meidoorn- en sleedoornhagen het open karakter structureren. Verspreide knotbomen en solitaire veldbomen breken de weidsheid en bieden beschutting aan mens en dier. De boomlaag vertelt hier het verhaal van landbouw, wind, en lange seizoenen waarin het land steeds opnieuw wordt bewerkt.

Zomereik langs het pad.

De Brabantse Kouters dragen een diep menselijke geschiedenis. Al sinds de middeleeuwen worden deze gronden intensief gebruikt voor akkerbouw. Dorpen liggen als eilanden in het open veld, verbonden door holle wegen en trage paden. Wat vandaag een strak landbouwlandschap lijkt, zit vol sporen van vroeger: oude perceelsgrenzen, verdwenen hagen, kapelletjes en veldwegen die generaties lang dezelfde richting volgden.

Wandeling: langs kouters en natuurgebied in Merchtem (10 km)

De zomereik (Quercus robur) is een van de meest karakteristieke bomen van het Brabantse kouterslandschap en bij uitbreiding West-Europa. Vaak staat hij alleen of in kleine groepen langs veldwegen, perceelsranden of nabij hoeven. In een open landschap krijgt de eik alle ruimte om uit te groeien tot een brede, krachtige boom met een uitgesproken kroon: een echte landschapsdrager.

Zomereiken zijn trage groeiers en kunnen uitzonderlijk oud worden. Hun diepe wortels maken hen bestand tegen wind en droogte, wat essentieel is in een open landbouwgebied. Ecologisch gezien zijn ze van onschatbare waarde: honderden soorten insecten, vogels en schimmels zijn rechtstreeks of onrechtstreeks afhankelijk van deze boom. In de Brabantse Kouters staat de eik symbool voor standvastigheid, een ankerpunt in een landschap dat voortdurend verandert met de seizoenen en de oogst. 


Landschap van extremen: het Nationaal Park Hoge Kempen (Kempen en Maasland)

Een wandeling in het Nationaal Park Hoge Kempen voert ons door een landschap dat fundamenteel anders is dan de klassieke loofbossen elders in Vlaanderen. Dit is het enige nationale park van België en het hart ervan wordt gevormd door uitgestrekte heidevelden, open zandgronden, vennen en naaldbossen. De bodem is arm, zuur en vaak droog, wat een sterke stempel drukt op de vegetatie en de soorten die hier kunnen overleven.

Ecologisch gezien is dit een landschap van extremen. Zon, wind en water krijgen hier vrij spel. Op de hogere, drogere delen domineren heide en dennenbossen, terwijl in laagtes vennen en vochtige heide voorkomen. De boomlaag is relatief open en wordt vooral bepaald door naaldhout, met hier en daar berken en eiken als pioniers op verstoorde of open plekken.

De Hoge Kempen dragen ook een duidelijk menselijk verleden met zich mee. Eeuwenlang werden deze gronden begraasd en geplagd, waardoor heide kon ontstaan en standhouden. In de 19e en 20e eeuw werden grote delen bebost, voornamelijk met grove den, bedoeld voor houtproductie en mijnbouw. Vandaag zien we een geleidelijke verschuiving naar meer natuurlijke processen, waarbij openheid, dynamiek en biodiversiteit opnieuw ruimte krijgen.

Typisch beeld van grove den omgeven door zand en heide.

De wandeling: 4 km langs bos, duinen en water op de Mechelse heide

  • Start- en eindpunt: parking Toeganspoort Mechelse heide

  • Openbaar vervoer: bushalte Mechelse heide

  • Variatie in paden, goede wandelschoenen aanbevolen

  • Open landschap: voorzie goede kledij tegen wind en regen

  • Knooppunten (virtueel indien je app van wandelknooppunten gebruikt, geen aanduiding op het terrein): 39 - 137 - 135 - 134 - 133 - 130 - 129 - 140 - 47 - 42 - 40 - 39

  • Link naar GPX bestand

De grove den (Pinus sylvestris) is dé beeldbepalende boom van het Nationaal Park Hoge Kempen. Met zijn slanke stam, roodbruine schors en ijle kroon past hij perfect bij het open, lichtdoorlatende karakter van dit landschap. Het is een taaie overlever die zich thuis voelt op arme, zandige bodems waar veel andere boomsoorten het moeilijk hebben.

Je herkent de grove den makkelijk aan zijn naalden die per twee samen staan en een blauwgroene tint hebben. Naarmate de boom ouder wordt, verkleurt de schors hogerop naar warm oranje tot roodbruin, wat de boom een opvallend lichte uitstraling geeft. De grove den laat veel licht door, waardoor ondergroei zoals struikhei, pijpenstrootje en mossen alle kansen krijgen.

De grove den is een typische pioniersoort die snel open terreinen koloniseert. In de Hoge Kempen speelt hij een belangrijke rol in het vastleggen van zand en het creëren van beschutting. Dankzij de open kroon ontstaat er een soortenrijke ondergroei, wat gunstig is voor insecten, reptielen en vogels. De boom leeft in symbiose met schimmels en is sterk afhankelijk van mycorrhiza om voedingsstoffen uit de arme bodem te halen.


Op het ritme van heuvels, kalksteen en fruitteelt: Haspengouw & Voeren

Zodra het landschap begint te golven en paden niet langer recht vooruit willen, verandert ook je tempo. In Haspengouw en Voeren volgen wegen de vormen van het terrein: ze buigen mee met hellingen, verdwijnen even in holle wegen en openen zich dan opnieuw naar brede zichten over akkers, graslanden en boomrijke valleien. Het is een landschap dat uitnodigt tot kijken én blijven kijken.

Haspengouw en Voeren vormen samen een van de meest uitgesproken cultuurlandschappen van Vlaanderen. De leemrijke bodems maken het gebied vruchtbaar, maar het zijn vooral de kleinschalige structuren die het karakter bepalen: hagen, houtkanten, hoogstamgraslanden, kleine bosjes en beekvalleien die als aders door het landschap lopen. Het reliëf is zacht in Haspengouw, uitgesprokener in Voeren, maar overal voel je dezelfde wisselwerking tussen bodem, water en mens.

De boomlaag vertelt hier een subtiel verhaal. Geen grote gesloten bossen, maar verspreide bomen die het landschap begeleiden: langs veldwegen, op hellingen, rond weiden en in valleien. Veel van deze structuren ontstonden uit noodzaak: om vee te keren, hout te leveren of water te sturen. Wat vandaag zo natuurlijk oogt, is het resultaat van eeuwen traag en duurzaam gebruik.

Meidoorn in bloei, omgeven door wilde bloemen en houtkanten.

Wandeling vanuit Kanne (Riemst), doorheen de vallei van de Jeker (4,9 km)

Deze bewegwijzerde wandeling in één richting loopt door open akkerland en het natuurgebied De Tiendenberg. Het korte traject biedt mooie vergezichten en rustige natuur, ideaal om even te vertragen. In Kanne vormt de diep uitgesleten Jekervallei een bijzonder decor. Uit de mergelondergrond werden hier eeuwenlang blokken steen gewonnen, waarmee veel huizen in het dorp gebouwd zijn. De achtergebleven groeven bleken later perfect voor de teelt van grotchampignons, en vertellen zo het verhaal van hoe landschap en mens elkaar blijven vormen.

Meidoorn (Crataegus) behoort tot de rozenfamilie en is een zeer veelzijdig geslacht dat vooral voorkomt in de gematigde streken van het noordelijk halfrond. De bekendste soorten in onze regio zijn de eenstijlige en tweestijlige meidoorn. Hun doornen, harde hout en bessen zijn aangepast aan begrazing en verspreiding door vogels.

De tweestijlige meidoorn groeit vaak aan bosranden, in hagen en in halfschaduw. Hij stelt weinig eisen aan de bodem, maar doet het bijzonder goed op kalk- en leemrijke gronden. Net daarom is hij typisch voor traditionele cultuurlandschappen zoals Haspengouw, waar hagen en houtkanten een belangrijk landschappelijk en ecologisch element vormen.

In de Lage Landen zijn vooral de eenstijlige en tweestijlige meidoorn wijdverspreid en spelen ze een belangrijke rol in biodiversiteit, erfgoed en landschapsstructuur.


Rust en ruimte in het Houtland-Polders

Het regionaal landschap Houtland-Polders bevindt zich in het noordwesten van Vlaanderen, met gekende culteercentra als Brugge en Damme. Buiten de stads- en dorpskernen vormt zich een landschap van openheid, water en stilte. Waar de horizon ver weg lijkt, tekenen zich dijken, sloten en rijen knotbomen af in het zachte licht. Dit vlakke poldergebied tussen Brugge en Oostende is het resultaat van eeuwenlange samenwerking tussen mens en water: moerassen werden bedijkt, natte graslanden beheerd en kleine bosjes aangelegd om wind en erosie te temperen. Het landschap ademt rust en biedt tegelijkertijd een rijke natuur voor planten en vogels.

De structuren in het Houtland zijn kleinschalig en zorgvuldig aangelegd: sloten die water reguleren, graslanden die in verschillende fases gemaaid worden, en verspreide bosjes en houtkanten die schuilplekken bieden. Op deze manier ontstaan samenhangende, ecologisch waardevolle gebieden waar het oog telkens nieuwe details ontdekt.

De zon gaat onder in het polderlandschap tussen Brugge en Oostende.

Wandeling: bomen en vogels rond het Vloethemveld (9 km)

  • start- en stopplaats: Parking bij hondenweide en volkstuinen, Diksmuidse Heirweg 33-3, 8210 Zedelgem

  • Openbaar vervoer: halte Zedelgem ‘De Braambeier’, wel nog 20 minuten wandelen vanaf daar

  • Voorzie stevige wandelschoenen en goede buitenkledij, vergeet je verrekijker niet!

  • Knooppunten: 25 - 26 - 27 - 9 - 8 - 7 - 6 - 5 - 4 - SP - 4 - 3 - 2 - 11 - 12 - 13 - 25

  • Link naar GPX-bestand

  • Horeca in de buurt: Restaurant-bar Bulot, Zedelgem. Restaurant Saporo, Jabbeke

  • Extra: vogelkijkhut en toren op de route!

De schietwilg (Salix alba) is misschien wel dé boom van het polderlandschap. Met zijn brede kroon en vaak geknotte vorm staat hij langs sloten, grachten en dijken, waar hij helpt om oevers te stabiliseren. Wilgen groeien snel en verdragen natte voeten, wat hen ideaal maakt voor laaggelegen gebieden zoals we vinden in dit stukje Vlaanderen.

Door eeuwenlang knotbeheer kregen schietwilgen hun kenmerkende silhouet. Dat beheer leverde hout voor manden, gereedschap en brandstof, terwijl de bomen zelf bleven leven. Oude knotwilgen vormen vandaag waardevolle biotopen: holtes, scheuren en dood hout bieden onderdak aan vogels, insecten en vleermuizen. In het Vloethemveld markeren schietwilgen het landschap en verbinden ze water, geschiedenis en biodiversiteit.


Tussen polders en heuvelruggen: het open landschap van de Westhoek

Het Regionaal Landschap Westhoek ligt op het kruispunt van grenzen en landschappen. In het zuiden en westen grenst het aan Frankrijk, in het noorden aan de kust, terwijl in het oosten het Regionaal Landschap Houtland & Polders aansluit. Die ligging verklaart meteen de grote variatie: van open polders tot zacht glooiende heuvelruggen, van natte valleien tot beschutte dorpen.

In dit afwisselende landschap vinden mensen rust in de uitgestrekte polders, gevormd en gekneed door de IJzer en haar zijlopen. Het vlakke land ademt ruimte en stilte, met lange zichtlijnen die de blik vanzelf naar de horizon leiden. Wie de hogere gronden opzoekt, wordt beloond met adembenemende vergezichten over akkers, dorpen en waterlopen, waar het landschap zich in lagen ontvouwt.

De Westhoek lijkt op het eerste gezicht open en sober, maar wie trager kijkt, ontdekt een fijnmazig netwerk van akkers, hagen, grachten en verspreide bomen. Het is een streek waar de wind vrij spel heeft en waar eeuwenlang landbouw en waterbeheer het landschap vormgaven. Natuur en mens houden elkaar hier al lang in evenwicht, zichtbaar in de kleine structuren die het grote geheel samenhouden.

Wandeling (7 km) in domein Palingbeek, langs stille reuzen en sporen van oorlog

De ruwe berk (Betula pendula) is een typische pionierboom die snel open en verstoorde terreinen koloniseert. Dankzij zijn lichte zaden, snelle kieming en vlotte groei vestigt hij zich moeiteloos op arme of kale bodems, waar andere boomsoorten het moeilijk hebben. Hij groeit op uiteenlopende gronden, maar verkiest goed gedraineerde, licht zure bodems. Met zijn wit afbladderende schors en sierlijk hangende takken is hij gemakkelijk te herkennen. In het voorjaar verschijnen de kenmerkende katjes.

Ecologisch speelt de ruwe berk een belangrijke rol: hij verbetert de bodem, vormt samenwerkingen met schimmels en biedt voedsel en schuilplaatsen aan tal van dieren. In Provinciaal Domein De Palingbeek is de ruwe berk vooral terug te vinden in jonge bosgedeelten en open zones, waar hij een eerste stap vormt in de ontwikkeling van nieuw bos na aanplant of verstoring.


Het Bomenboek – Verhalen, wetenschap en de verborgen wereld van bomen

Het Bomenboek is een inspirerend natuurboek van Ben Brumagne over bomen, hun ecologie, mythes en verborgen netwerken. In dit boek ontdek je hoe bomen leven, samenwerken en al eeuwenlang verbonden zijn met de mens.

Boekcover Het Bomenboek van Ben Brumagne – verhalen en ecologie van bomen

Vorige
Vorige

Het Bomenboek – een ode aan bomen en hun verborgen wereld

Volgende
Volgende

invasief bier van japanse duizendknoop